Naar een optimistisch belastingstelsel

Belasting wordt in liberale kringen terecht gezien als een vorm van diefstal, maar is nu eenmaal ook noodzakelijk voor een staat die alleen vrijheid beschermt. Laten we ons daarom gaan richten op de minst schadelijke belastingvorm, namelijk een belasting op slechte producten.

Soms wilt een individu iets afnemen van een ander individu, terwijl hij of zij daar geen toestemming voor heeft gekregen. In dat geval is er sprake van diefstal. Dit is verkeerd en wordt daarom gelukkig bestraft. Soms wilt een overheid iets afnemen van een individu, terwijl dat individu daar geen toestemming voor geeft. In dat geval wordt er nooit gesproken over diefstal.

Hoewel het heffen van belastingen in principe verkeerd is, is deze praktijk onvermijdelijk. Zelfs toen de Verenigde Staten (VS), als meest vrije land ooit, werden opgericht veronderstelden de oprichters dat de federale overheid belasting, natuurlijk zo min mogelijk, zou heffen. In veel andere landen wordt het heffen van belasting niet eens in twijfel getrokken. Een staat zonder belasting is haast ondenkbaar. Er moet immers ergens geld vandaan worden gehaald.

Hoewel het onvermijdelijk is om een vorm van belasting te heffen, kan er nog steeds gediscussieerd worden over de hoogte en vorm van belasting. Zo is de algemene opvatting van inkomstenbelasting dat de burgers in ieder geval een deel van hun geld wel zelf mogen houden. Nergens wordt gepleit voor een belastingtarief van honderd procent. Dit zou ook niet werken. Vrijwel niemand zou zich nog ergens voor inspannen als alles wat wordt verdiend direct wordt afgenomen. Er is dan geen motivatie meer om voor een inkomen te zorgen. Torenhoge indirecte belastingen zouden ook een nadelig effect hebben. Burgers gaan een bepaald product dan niet meer kopen. De staat is dan ook de verliezer, hij loopt inkomsten mis.

De discussie over belastingen heeft ook recent in Nederland plaatsgevonden. Er was nogal wat ophef toen het nieuwe kabinet besloot om de laagste btw-schijf van zes naar negen procent te verhogen en daarnaast de dividendbelasting af te schaffen. Naast de hoogte kan er ook over de vorm worden gesproken. Er zijn talloze vormen van belasting en belastingvormen kunnen verschillen per land en periode. Enkele voorbeelden zijn belastingen op inkomen, winst, invoertarieven en accijnzen. Interessant genoeg kende de VS op federaal niveau tot 1913 geen inkomstenbelasting. Zo kenden de VS op federaal niveau tot 1913 geen inkomstenbelasting. Deze werd pas ingevoerd bij het aannemen van het zestiende amendement op de grondwet. Deze vorm van belasting werd lange tijd daarvoor als ongepast beschouwd, terwijl het in de meeste andere landen al lang bestond. Een andere belasting die vroeger nog niet bestond was de motorrijtuigenbelasting. Deze is niet ingevoerd als gevolg van veranderende politiek of veranderende moraal, maar het gevolg van technologische ontwikkelingen. De uitvinding van de auto bracht als noodzaak de aanleg van wegen. Over deze belasting wordt nauwelijks geklaagd, omdat de belastingbetaler en de consument dezelfde persoon zijn.

In een utopische wereld zou er geen belasting worden geheven. In de echte wereld wel. Het is dus van belang om vast te stellen waar deze belasting op wordt geheven. De minst slechte optie is om alles te belasten wat ongezond/slecht is. Er kan een hele waslijst aan zaken worden opgesteld van dingen die slecht zijn: drugs (voor zover deze legaal/gedoogd zijn), tabak, alcohol, snoep, chips, benzine, diesel, gas, en ga zo maar door. Op deze producten bestaan al accijnzen. Het huidige beleid gaat dus al de goede richting op.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die gezond leven opdraaien voor de kosten van mensen die ongezond leven. Ongezond leven leidt tot snellere opnames in het ziekenhuis en dus meer kosten. De mensen met een gezondere levensstijl moeten hier via de zorgpremie voor betalen. Dit is onverantwoord. Iedereen zou vrij moeten zijn om voor een bepaalde levensstijl te kiezen, maar iedereen zou ook onafhankelijk moeten zijn van de levensstijlen van andere personen wanneer men deze zelf niet deelt. Natuurlijk is het goed om elkaar te helpen, ook wanneer iemand voor een bepaalde levensstijl kiest, maar dit zou niet moeten worden gedwongen.

Met het heffen van belasting wordt een bepaalde activiteit ontmoedigd. Dit is erg pijnlijk wanneer het betrekking heeft op het verrichten van goede daden. Er is niks verkeerds aan het hebben van een inkomen of het doen van boodschappen. Mensen moeten voor zichzelf, en vaak ook voor anderen, zorgen en hebben daarvoor een inkomen nodig. Van dat inkomen moeten zij producten, zoals eten en onderdak, kopen om zich van basisbehoeften te voorzien. Het moet juist worden aangemoedigd om goede dingen na te streven, niet ontmoedigd. Belasting op dit soort zaken moet daarom geminimaliseerd worden. Slechte levenswijzen kunnen daarentegen wel ontmoedigd worden, aangezien dat goed is voor zowel het individu zelf als voor de vrijheid van de naasten.

Het heffen van belasting is in principe verkeerd, maar in de praktijk onvermijdelijk. De discussie moet daarom vooral gaan over de te kiezen vorm van belasting. Waar nu nog veel belastingen op goede zaken worden geheven, moeten deze zoveel mogelijk naar slechte zaken worden verschoven. Niet alleen hoeft een gezond persoon dan niet meer gedwongen te worden de kosten van een ongezond persoon te dragen, een gezonde levensstijl wordt zo ook aangemoedigd. Het liefste worden er geen belastingen geheven. Zolang dit toch wordt gedaan kan dit het beste op ongezonde dingen in plaats van gezonde dingen gebeuren.

Tim Sikkema,


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *