Locke voor het leven

Over voltooid leven en Liberalisme.

De wet voltooid leven is op dit moment een heet hangijzer dat de formatie van een nieuw kabinet lastig maakt. In Nederland zijn de liberale partijen in zekere mate voorstander van deze nieuwe wet en zijn alleen de christelijke partijen principieel erop tegen. Het is echter de vraag of deze huidige liberale visie in overeenstemming is met de ideeën van de grondlegger van het liberalisme, John Locke.

De wet voltooid leven gaat ervan uit dat mensen mogen kiezen om een arts hun leven te laten beëindigen wanneer zij het leven ‘niet meer zien zitten’. Het verschil met de bestaande euthanasiewetgeving is dat er bij voltooid leven geen sprake hoeft te zijn van ondraaglijk fysiek of mentaal lijden, alleen van een expliciete stervenswens. Voltooid leven zou dan ook een verruiming zijn van de mogelijkheden van actieve euthanasie. Belangrijk is om op te merken dat de wet voltooid leven net als actieve euthanasie een vorm is van hulp bij zelfdoding.

Het recht op leven is volgens John Locke het eerste recht dat ieder individu heeft in een vrije samenleving. Er is immers zonder leven geen vrijheid. Locke ziet het recht op leven als een natuurrecht dat de mens inherent bezit, dus ook al in een hypothetische natuurtoestand. De natuurtoestand is de situatie voordat de politieke instituties zijn ontwikkeld. Locke gaat ervan uit dat de mensen dan onafhankelijk en gelijk zijn en men zou dan redelijkerwijs elkaars natuurrechten respecteren: “The state of nature has a law of nature to govern it, which obliges every one: And reason, which is that law, teaches all mankind, who will but consult it, that being all equal and independent, no one ought to harm another in his life, health, liberty, or possessions” (STG, hoofdstuk 2, paragraaf 6). Dit idee is uitgewerkt in het liberale schadebeginsel dat stelt dat de vrijheid van een individu ophoudt wanneer de natuurrechten van een ander worden geschaad. De staat wordt volgens Locke uiteindelijk opgericht om deze universele natuurrechten te handhaven.

De invulling van het schadebeginsel gaat bij John Locke echter veel verder dan bij de meeste liberalen van tegenwoordig. Het recht op leven en vrijheid beschouwt hij als onvervreemdbaar, wat concreet inhoudt dat niemand dat van een ander zou mogen wegnemen, zelfs niet met expliciete toestemming van de betrokkene: “For a man, not having the power of his own life, cannot, by compact, or his own consent, enslave himself to any one, nor put himself under the absolute, arbitrary power of another, to take away his life, when he pleases.” (STG, hoofdstuk 4, paragraaf 23). Kortom zoals je jezelf niet als slaaf mag verkopen, zo zou je ook je leven nooit in andermans handen mogen leggen. Hiermee wijst Locke duidelijk het idee van voltooid leven en actieve euthanasie af. Dit laat hij niet alleen gelden voor zijn eigen leven, maar ook voor de hele maatschappij, aangezien de sociale interacties die hulp bij zelfdoding teweegbrengen ingaan tegen het individuele recht op leven.

Daarnaast stelt hij dat de mens het recht op leven van God heeft ontvangen en daarom ook een plicht heeft om zijn leven te behouden: “For men being all the workmanship of one omnipotent and infinitely wise Maker; all the servants of one sovereign master, sent into the world by his order, and about his business; they are his property, whose workmanship they are, made to last during his, not another’s pleasure” (STG, hoofdstuk 2, paragraaf 6). Het levenseinde dient volgens Locke dus te worden bepaald door de Schepper en niet door de mens zelf. Daarmee worden alle vormen van zelfdoding afgewezen. Toch politiseert hij deze overtuiging niet zo duidelijk als bij de eerdergenoemde hulp bij zelfdoding en kan dit ook worden opgevat als alleen een persoonlijke plicht. Aan de hand van twee wezenlijke verschillen tussen hulp bij zelfdoding enerzijds en persoonlijke zelfdoding anderzijds zal ik deze politieke overtuiging van Locke verdedigen.

Ten eerste wordt in het geval van hulp bij zelfdoding de verantwoordelijkheid van de dood bij een ander individu neergelegd. Een arts fungeert als instrument voor iemand om zijn of haar leven te beëindigen en dit is dan ook geen zelfbeschikking. Zelfbeschikking vereist persoonlijke verantwoordelijkheid en juist die verantwoordelijkheid wordt bij hulp bij zelfdoding overgedragen aan de arts die jouw leven ontneemt. Hierdoor wordt de drempel tot een zelfgekozen levenseinde verlaagd, aangezien men niet meer zichzelf hoeft te doden, maar dat uitbesteedt aan een ander. Om tot deze beslissing over te gaan, is dan ook minder wilskracht en een minder diepgewortelde overtuiging nodig.

Persoonlijke zelfdoding en passieve euthanasie zijn daarentegen wel echte zelfbeschikking. Zelfmoord is eeuwenlang het enige middel tot zelfdoding geweest en hierbij maakt iemand zelf een einde aan zijn leven zonder anderen daarbij te betrekken. In het geval van passieve euthanasie sterft iemand vrijwillig doordat artsen een behandeling niet uitvoeren of de behandeling stopzetten die de patiënt in leven houdt. Hierbij dragen artsen echter niet actief bij aan de dood, maar laten artsen alleen iemand sterven wanneer die niet meer kunstmatig in leven wil worden gehouden. In een vrije samenleving kan men immers niet gedwongen worden om medicatie te nemen of een behandeling te ondergaan.

Ten tweede kan het toestaan van hulp bij zelfdoding een gevaarlijke maatschappelijke ontwikkeling zijn. Het was niet voor niets dat Locke jezelf als slaaf verkopen en je leven door anderen laten ontnemen in één adem noemde. Het recht op leven relativeren kan namelijk leiden tot een darwiniaans recht van de sterkste. Nu de staat verantwoordelijk is voor de (ouderen)zorg, is het economisch voordelig om kwetsbare mensen te laten sterven en zo worden perverse prikkels gecreëerd. Dit kan ervoor zorgen dat de staat druk gaat uitoefenen op de hulpbehoevende mensen wanneer zij een te grote kostenpost vormen. Zo werden in Nazi-Duitsland met het euthanasie-programma ‘Aktion T4’ duizenden lichamelijk en geestelijk gehandicapte mensen omgebracht zogenaamd om hen uit hun lijden te verlossen, maar in werkelijkheid om de samenleving te “zuiveren”.

De bescherming van het leven is dus niet alleen een christelijk principe, maar ook een liberaal uitgangspunt. John Locke zag leven en vrijheid als onvervreemdbare rechten die niemand zou mogen ontnemen. Hoewel Locke persoonlijk de beschikking over het leven toevertrouwde aan God, was hij politiek gezien alleen tegen hulp bij zelfdoding en daarom zal hij de wet voltooid leven en actieve euthanasie niet goedkeuren. Hiermee wordt namelijk persoonlijke verantwoordelijkheid verzuimd en kan een menselijke natuurlijke selectie worden afgedwongen.

– Aron Rijsdorp


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *