Jordan Peterson, en zijn liberale bijdrage

Jordan Peterson is recent bekend geworden met zijn verzet tegen extreemlinks, maar heeft ook een bredere maatschappelijke bijdrage geleverd met liberale insteek.

De Canadese klinisch psycholoog werd bekend na discussie over de beruchte C16 wet, die het strafbaar stelde om te discrimineren op grond van o.a. transseksualiteit. Volgens Peterson hield dat in dat de norm van de Ontario Human Rights commissie gevolgd zou worden: weigeren zelfgekozen voornaamwoorden te gebruiken zou zo per wet verboden worden. Peterson’s activisme tegen dit ‘links radicalisme’, samen met de benadrukking van de vrijheid van meningsuiting en zijn recente bestseller maakten hem al snel een beroemdheid. De New York Times rekent hem zelfs tot het Intellectual Dark Web. Echter wordt Peterson ook gretig geassocieerd met de notoire Alt Right beweging en zijn zelfs beschuldigingen van antisemitisme hem niet bespaard.(1) Ari Feldman schreef een dergelijk artikel,tevens voorzien van een stilistische collage waarbij de Canadees naast Adolf Hitler poseert.

Beschuldigingen van deze aard gaan volgens het mantra van ‘guilt by association’. Ofwel, ‘omdat een bepaalde groep die wij als slecht zien uw ideeën aanhangt, maakt u dat ook slecht’. Dat is een drogredenering. Een schrijver heeft weinig middelen om te voorkomen dat zijn ideeën in een valse context gebruikt worden, de ‘Übermensch’ van Nietzsche als vermeende inspiratiebron voor het Naziregime lijkt hier een passend voorbeeld. Logischerwijs ligt het buiten de verantwoordelijkheid van Peterson dat de Alt Right hem zou bewonderen als verdediger van ‘White America’s cultural heritage’. Vooral op het moment dat Peterson het tegenovergestelde lijkt te preken, tegen identiteitspolitiek, en zich bovendien geregeld uitspreekt tegen de Alt Right.(2) De associaties met vermeend (‘mystiek’) fascisme manifesteren zich ook op nog lager niveau. Omdat Peterson zich geregeld uitspreekt tegen de excessen van ‘linkse’ totalitaire regimes, is dit voor enkele auteurs zelf een aanwijzing dat hij wel eens sympathieën voor ‘rechtse’ totalitaire regimes zou koesteren.(3)

Deze bijdrage focust zich echter op de essentie van Peterson’s gedachtegoed en in het bijzonder of dit beneficiair is voor de samenleving in geheel . Om te beginnen enige context over de kern van zijn publieke optredens. Volgens Peterson ligt het wel of niet slagen van het leven voor het grootste gedeelte binnen uw eigen bereik en binnen uw eigen vermogen ‘to fix your problems in life’. Vanuit deze redenatie verwerpt Peterson ideologieën vol ‘grote verhalen’, zoals in zijn ogen het marxisme (wat dat betreft heeft Peterson toch iets gemeen met het door hem zo verfoeide postmodernisme). ‘Het probleem van deze ideologie is dat op het moment dat je op een stagnatie staat betreft je leven, het de vinger niet naar jezelf maar naar anderen wijst’. Oftewel, ‘get your own shit together’, een duidelijke benadrukking van individuele verantwoordelijkheid. Op het eerste oogpunt lijkt dit een simplistische en bovenal makkelijke stellingname. Eventuele structurele maatschappelijke problemen zouden worden vernauwd, en in het gevolg genegeerd, tot individuele aangelegenheden. Echter gaat de notie van ‘clean up your room’ verder dan alleen een ideologische duiding. Het is een levensadvies, om binnen de mogelijkheden die de samenleving je biedt, hetzij in de marges, altijd zelf verantwoordelijkheid te nemen om geluk in het leven te vinden.

Peterson’s eerste constructieve idee sluit hierbij aan. De nadruk op persoonlijke verbetering, door te kijken naar jezelf, is behulpzaam voor bijvoorbeeld veel studenten. Niet voor niets spreekt hij vooral een jong publiek aan. In YouTube-colleges legt hij zijn toeschouwers eloquent uit dat het streven naar een zinvol doel een goede manier om te leven is. Door de weg daarheen op te knippen in kleine stappen is dat haalbaar. De kijker mag zelf beslissen welk streven betekenis geeft aan zijn leven. Dichterbij het eindpunt komen, geeft mensen positieve emotie, en een doel geeft mensen een kader om te kiezen wat ze doen in het leven. Concreter: veel van zijn volgers beginnen met een paar keer sporten per week en worden zo gezonder. Ze ruimen hun kamer op, verbeteren hun familiebanden en worden assertiever. Op zich is dat idee van de psycholoog niet uniek of briljant, maar hij weet er met zijn persoonlijke retorische stijl en grote bereik mensen van te overtuigen die er eerst de kantjes vanaf liepen.

De psycholoog geeft nog een tweede advies. Zogezegd ziet Peterson de maatschappij ideologisch als een verzameling van individuen, die elkaar op vrijwillige basis zouden kunnen bijstaan in het bereiken van geluk. De sleutel tot verandering ligt daarom bij die individuen zelf. Jongeren voelen zich echter in veel situaties oncomfortabel, analyseren daarbij een maatschappelijk probleem in de trant van structurele onderdrukking, schuiven het ongemak daarop af en beroepen zich soms op de overheid om het vanachter de tekentafel op te lossen. Op de Gerrit Rietveld Academie werden zo bijvoorbeeld de controversiële kunstcritici van Kirac buiten de deur gehouden omdat er anders sprake was van ‘een platform bieden aan racisme en seksisme’.(4) Een fenomeen wat Peterson verafschuwt. Wie niet tegen scherpe uitspraken van een kunstcollectief kan, moet maar gaan werken aan zijn eigen gevoeligheid of de discussie aangaan. ‘Vrijheid van meningsuiting is het mechanisme wat onze samenleving laat functioneren’, aldus Peterson. Een open woordenwisseling brengt partijen naar elkaar toe, of laat mensen elkaars standpunten begrijpen. Protestacties van bovenbeschreven aard vergroten echter enkel de polarisatie, wat slecht is voor de democratische consensus.

Wat Peterson’s werk ten derde waardevol maakt zijn de praktijkvoorbeelden. Hij put uit een jarenlange ervaring als klinisch psycholoog met tal van cliënten. Neem zijn verhalen over hoe mensen die tegenslag ervaren in een feedbackloop terecht komen: iemand wordt sociaal onzeker, blijft vaker thuis zitten, heeft daardoor weinig te vertellen, denkt dat hij saai is, wordt dus minder leuk op feestjes, spendeert vervolgens nog meer tijd op zijn kamer en wordt zo ongelukkig. Depressie gaat zo maar dan in de vergrotende trap. Ook zijn anekdotes over het belang van echt goede vrienden of simpelweg fatsoenlijk ontbijten kunnen radeloze mensen die ver weg zijn van hun ouders de goede weg op helpen.

Dit betekent uiteraard niet dat er geen kanttekeningen bij Peterson’s denken zijn te plaatsen. Allereerst merken we op dat zijn boeken en video’s niet altijd even coherent en helder zijn. Wat hij bedoelt met de ‘structure of Being’, de ‘metaforische substructuren’ van het denken, Orde en Chaos en de eeuwige masculiene en feminiene representaties daarvan of de archetypische aard van alledaagse gebeurtenissen is soms onduidelijk. Mensen die weinig lezen of al te zeer opkijken tegen doctorstitels nemen al snel aan dat zij zelf dan wel niet slim genoeg zijn, maar echt goede schrijvers kunnen en moeten complexe ideeën begrijpelijk uitdrukken. Albert Einstein zei ooit dat je iets niet snapt als je het niet aan je oma kunt uitleggen. De vage bewoordingen van Peterson hebben nog een extra nadeel: het is lastig om de stellingen te bekritiseren, want waar hebben we het überhaupt over? Als interviewers hem op uitspraken aanspreken brengt hij daar geregeld tegenin dat hij iets anders zei of bedoelde.

Daarnaast is zijn lichte obsessie met Bijbelse verhalen overdreven. In 12 Rules for Life gebruikt hij de Bijbel vaak als groot deel van de onderbouwing voor zijn punt. Het boek zou namelijk de lessen en ervaring van onze voorouders over duizenden jaren met zich meedragen. Het verhaal van Caïn en Abel ziet hij als een tijdloze religieuze weergave van een bittere psyche. Zegt dit niet meer over de wijze waarop je iets wenst te interpreteren? Dat Peterson urenlang bezig is met betekenis zoeken in Bijbelverhalen wordt problematisch daar waar hij uit een paar zinnen zeer brede gevolgen trekt. Zoals Sam Harris opmerkt kun je op die manier ook in een kookboek betekenis vinden. Het lijkt een saladerecept, maar de blokjes zalmfilet staan symbool voor het individu in de wilde zee van het bestaan, de vierkante vorm voor de drie dimensies van lichaam, denken en geest, zout en peper wijst op de eeuwige tegenstelling tussen goed en kwaad, et cetera.

Ook zijn behandeling van het postmodernisme en de zogenaamd daaraan verwante ‘neo-marxisten’ is foutief, paranoïde en generaliserend. Hij stelt dat een nieuw soort marxisten sinds de jaren ‘60, nadat ze zagen dat de USSR faalde, het postmodernisme hebben opgetuigd om via de culturele weg iedereen gelijk te krijgen. Dit lijkt enigszins op de notie van ‘cultuurmarxisme’ die in Nederland onder andere door Paul Cliteur wordt aangehangen. Maar het postmodernisme is een brede filosofie die als groot stokpaardje heeft dat ‘grote verhalen’ meestal niet kloppen en de complexe wereld te eenduidig voorstellen. De filosofie ziet de wereld als ingewikkeld en fragmentarisch en sluit dus helemaal niet aan bij het (neo-)Marxisme. Daarnaast wil het feit dat relatief veel academici links zijn nog niet zeggen dat er een soort complot is op universiteiten; demonstranten die (conservatieve) sprekers de mond willen snoeren zijn vaak juist enkele ontspoorde personen die aandacht zoeken. Peterson, gezien zijn eigen gehamer op individualisme, zou dat moeten erkennen.(5)

De vraag rijst vooral hoe wij publieke intellectuelen vandaag de dag moeten beoordelen. Moeten wij dit doen op de gehele coherentie van hun werk of op de enkele creatieve vonken van hun denken die in onze samenleving aanslaan? Excellente schrijvers worden vandaag de dag herinnerd ondanks hun controversiële uitlatingen, denk aan die van Nietzsche over vrouwen, Kipling over de ‘white man’s burden’ en Mulisch over ‘volksheld’ Castro. Dienen wij hun intellectuele erfenis in het geheel te verwerpen? Peterson’s ideeën over feminiene chaos, Bijbelse archetypen en het postmodernisme dienen niet op een voetstuk geplaatst worden, maar we hebben zogezegd wel degelijk wat aan zijn pleidooi voor zelfverbetering. In combinatie met zijn persoonlijke charisma is dat een belangrijke toevoeging aan het publieke debat. Een aantal weken geleden riep de bekende cabaretier, Arjen Lubach, op of we niet een praatgroep konden optuigen voor mensen die de ene helft van Peterson’s werk te conservatief vonden en de andere helft wel zinnig. Een suggestie die de strekking van dit stuk lijkt te vatten.

Wim Hermans & Joas Bakker

1 https://forward.com/news/national/400597/jordan-peterson-isnt-an-anti-semite-is-he-fueling-his-followers-anti/

2 https://www.youtube.com/watch?v=0jti546Y2V0      

3 http://www.nybooks.com/daily/2018/03/19/jordan-peterson-and-fascist-mysticism/

4 https://www.parool.nl/amsterdam/bijeenkomst-gerrit-rietveld-academie-geschrapt-om-racisme~a4567263/

5 https://www.youtube.com/watch?v=31Ud7-EkZEI&t=2243s 1:06:40

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *