Het recht op abortus is moreel juist

In de jaren zestig barstte de discussie omtrent abortus los met onder andere de beroemde Dolle mina’s als actiegroep voor het recht om de zwangerschap te kunnen beëindigen. De reden: abortus kan noodzakelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid van vrouwen. Vrouwen moeten de legale keuze hebben om over hun eigen lichaam te beschikken en te beslissen wat er met hun leven en buik gebeurt. De illegaliteit van abortus betekende niet dat zwangerschappen niet beëindigd werden: het gebeurde zeker wel maar op gruwelijke manieren die de gezondheid voor vrouwen ernstig in gevaar brachten. Zo kon het prikken met een breinaald voor een geperforeerde baarmoeder zorgen of luchtbellen in de bloedbaan veroorzaken. Ook dronken vrouwen zeepsop of lieten ze zich van de trap vallen met alle gevolgen van dien. Het was niet zeldzaam dat een vrouw overleed aan deze zogenaamde ‘behandelingen’. In 1984 werd de Wet op Afbreking Zwangerschap ingevoerd – verschillende landen gingen Nederland al voor. Jaarlijks worden zo’n 8 op de 1000 zwangerschappen beëindigd in Nederland, vergeleken met andere westerse landen ligt dit aantal laag.

Ik wil meteen in dit debat een misplaatste opvatting wegnemen die vaak wordt gebruikt als argument tegen het recht op abortus: namelijk dat abortus een teken is van een moderne consumptiemaatschappij. Waarin abortus wordt aangeboden en de keuze door vrouwen snel, uit gemakzucht is gemaakt.

Abortus wordt niet ondergaan uit gemakzucht. Het is een enorm ingrijpende keuze voor vrouwen en is emotioneel erg zwaar. Dat is de reden dat er voorafgaand en na afloop van een abortus zoveel psychische hulp wordt aangeboden. Dat is de reden dat vrouwen ook bij ongeplande zwangerschappen regelmatig besluiten de zwangerschap voort te zetten. Het is vaak wanhoop en onvermogen om het kind later op te voeden want bij een kind komt veel zorg kijken. Dat is niet altijd mogelijk. En het is de vraag of het wenselijk is dat moeders verplicht worden om een ongewenst kind te krijgen: dat is niet goed voor de moeder en niet voor het kind. Het zou natuurlijk mooi zijn als de hulp voor zo’n alleenstaande moeder wordt verbeterd zodat meer vrouwen wellicht de mogelijkheid zien om het kind op te voeden. Hier zal ook zeker veel voor worden gekozen. Maar dan nog zullen niet alle gevallen daarmee geholpen zijn. De keuze is aan de vrouw om de situatie in te schatten.

Het idee dat gelegaliseerde abortus het aantal afgebroken zwangerschappen zal doen toenemen klopt niet. Een verbod op abortus dringt het aantal abortussen niet terug. Het Guttmacher Institute heeft in onderzoek laten zien dat het aantal abortussen nagenoeg hetzelfde blijft. Uit nieuwsberichten uit de jaren zestig blijkt dat er in die tijd relatief gezien net zoveel illegale abortussen werden uitgevoerd als legale abortussen nu. Dit laat ook zien dat de keuze tot abortus niet uit gemakzucht wordt gemaakt maar uit noodzaak. Want zelfs wanneer er een verbod is, wordt er nog steeds voor abortus gekozen. En wanneer de keuze tot abortus wel bestaat, wordt er nog net zoveel gekozen om het kind toch te houden. Het is voor vrouwen soms de enige uitweg: zwangerschap heeft grote gevolgen en je wil als vrouw over je eigen lichaam en toekomst kunnen beschikken.

Het recht op zelfbeschikking wordt vaak ook verkeerd begrepen – alsof het een recht op ‘makkelijk’ leven is dat hier tegen het recht op leven staat. Bij het recht op zelfbeschikking zijn er een aantal punten erg belangrijk. Ten eerste: Ieder mens, dus ook een vrouw, heeft het recht om te bepalen wat er met haar/zijn lichaam gebeurt – dat is een zelfbeschikkingsrecht. Ten tweede: een foetus van onder de 24 weken kan niet buiten de buik van de moeder overleven; je kan dus stellen dat een foetus deel uitmaakt van het lichaam van de moeder. Daarnaast heeft een zwangerschap veel effect op het lichaam van een vrouw, zij draagt het kind voor negen maanden; de hormoonspiegel verandert; er worden bepaalde stofjes aangemaakt waardoor je een band vormt met het kind. Ook als de foetus een eigen lichaam is, gaat de discussie bij abortus dus ook zeker over het zelfbeschikkingsrecht van een vrouw over haar lichaam. Ten derde: het verwekken van een kind komt van twee kanten. In situaties, dit komt helaas regelmatig voor, dat jonge mensen zonder vaste relatie zwanger worden, kun je niet verwachten dat de vrouw/het meisje die lasten met zich mee moet dragen. In de praktijk zie je dat jongens/mannen makkelijk onder deze verantwoordelijkheid vandaan komen en dat ook zeker doen. Een zestienjarig jochie wil echt geen vader worden. Jonge vrouwen die door het falen van anticonceptie zwanger raken, verliezen niet het recht op hun zelfbeschikking. Anticonceptie werkt niet in alle gevallen. Ten vierde: Tja, oplossing is dan maar een kuisheidsgordel bij vrouwen he? Die alleen af mag wanneer de liefde functioneel bedreven zal worden. Ik denk dat de meesten wel inzien dat dit niet realistisch en niet wenselijk is. Seks is normaal en moet je vooral doen als je het leuk vind en je je er goed bij voelt. Een betere oplossing is dan het verbeteren van seksuele voorlichting over anticonceptie zodat in ieder geval zoveel mogelijk ongewenste zwangerschappen voorkomen kunnen worden. Houd de pil dus altijd in de basisverzekering, niet alleen tot je 21e.

Kortom: zelfbeschikkingsrecht gaat over de eigen keuzes over het eigen lichaam, jij beslist wat jij nodig vindt. Dit is een belangrijk recht voor mensen. Probeer je eens voor te stellen dat jij niet zou kunnen beslissen wat er met jouw lichaam ongewenst gebeurt. Dat is toch best een gek idee?

Zou die inbreuk dan eventueel gerechtvaardigd kunnen worden door de bewering dat dit zelfbeschikkingsrecht resulteert in ‘moord’?

Daar komen we aan bij een cruciale en vrij technische vraag, namelijk: wanneer is er sprake van een leven en dus een recht op leven?

Volgens tegenstanders van abortus bestaat er een recht op leven bij ongeborenen. Daar kan ik het mee eens zijn. Waar ik het met tegenstanders over oneens ben, is het moment waarop het leven ontstaat. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen potentieel, toekomstig leven en daadwerkelijk, levende personen. Het toekomstige leven van een embryo of foetus is niet hetzelfde als een daadwerkelijk, zelfstandig leven. Vanaf 24 weken is het in Nederland mogelijk om een baby geboren te laten worden – en kan het buiten de baarmoeder van de vrouw overleven. Zelfs dan kan het behoorlijke complicaties opleveren. Voor mij ligt de grens van een potentieel en mogelijk leven dus ook op dit moment te stellen wanneer de baby zonder het lichaam van de moeder buiten de buik kan overleven. Het is niet moreel verwerpelijk maar moreel juist om de keuze over abortus bij de vrouw te laten. Omdat een daadwerkelijk, fundamenteel recht als zelfbeschikking van een levend persoon zwaarder moet meewegen dan een toekomstig recht van een potentieel persoon. Dat klinkt cru en ik wil duidelijk maken dat ook ik abortus tragisch vind, ook een toekomstig leven is een mooi idee. Maar het onderscheid tussen leven en toekomstig leven is belangrijk voor de bescherming van vrouwenrechten zoals gezondheid, veiligheid en zelfbeschikking. Er zijn gevallen waarin het redelijkerwijs niet van een vrouw kan worden verwacht om de zwangerschap voort te zetten – en de keuze daarover moet bij haarzelf liggen. Baas in eigen buik.

Francine Fetter, lid van Dwars

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *