Herstel van het poldermodel

Het poldermodel van weleer is toe aan een wederopstanding om de uitdagingen van vandaag de dag aan te kunnen.

In Nederland zijn we altijd trots op ons poldermodel. Werkgevers en werknemers zitten in de Sociaal-Economische Raad (SER) om de tafel en de VVD en PvdA zijn in staat gebleken samen zeer stabiele regeringen te kunnen vormen. Dit heeft Nederland alleen al veel stakingen gescheeld. De Nederlands-Amerikaanse politicoloog Arend Lijphart keek met grote interesse naar zijn geboorteland en bestempelde het als een ‘consensusdemocratie’. De winnaar neemt niet alles, maar de verschillende groepen zitten met elkaar om de tafel. Er wordt gezocht naar een oplossing waar iedereen zich in kan vinden. Aan dit poldermodel is echter een einde gekomen en dat is jammer. Het traditionele poldermodel vindt zijn fundament namelijk in de economische dimensie als betekenisvolle scheidslijn. Er is inmiddels een nieuwe scheidslijn bijgekomen. Volgens de Zwitserse politicoloog Hanspeter Kriesi is dat een scheidslijn tussen winnaars en verliezers van de globalisering. De winnaars zijn voor open grenzen en supranationalisme, de verliezers willen de immigratie beperken en de nationale soevereiniteit behouden.

Het zijn de laatste jaren vooral partijen die de ‘verliezers’ mobiliseren die in opkomst zijn. In vrijwel alle landen staan die nieuwe partijen buitenspel. Dat heeft per land verschillende oorzaken: in België is er een cordon sanitaire gelegd op het Vlaams Belang, in het Verenigd Koninkrijk wordt UKIP benadeeld door het kiessysteem en in Nederland doet Geert Wilders te controversiële uitspraken. Er is daarentegen wel een land waar de ‘verliezers-partij’ het wel goed doet. Het zal u van mij niet verbazen: Zwitserland. De SVP bestaat daar al lang, maar ging zich in de jaren negentig aan de ‘verliezerskant’ positioneren en werd de grootste partij van het land. De partij zit desondanks nog gewoon in de regering met socialisten, christendemocraten en liberalen.

Zwitserland had van 1959 tot 2003 constant dezelfde regering. Dit was het gevolg van de Zauberformel die voorschrijft dat de regering dient te bestaan uit twee liberalen, twee christendemocraten, twee socialisten en een lid van de SVP. Deze Zauberformel was niet opeens bij een nieuwe regeringsformatie besloten, maar de uitkomst van een langzaam proces. Toen de bondsstaat net was opgericht bestond de regering alleen nog maar uit liberalen. In 1891 werd de eerste christendemocraat toegevoegd aan de regering, in 1919 de tweede christendemocraat, in 1929 het eerste lid van de SVP, in 1943 de eerste socialist en in 1959 werd de Zauberformel compleet met de tweede socialist. Het overgrote deel van de bevolking was op die manier in de regering vertegenwoordigd.

In Nederland is er een aanzienlijk deel van de bevolking daarentegen niet vertegenwoordigd. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat zo’n achttien procent van de Nederlanders gekarakteriseerd kan worden als ‘boze burger’, ‘tokkie’, ‘Wutbürger’, ‘deplorables’ en ga zo maar door. Deze burgers die zich niet vertegenwoordigd voelen kan je wel wegzetten als deplorables, toch zou het beter zijn om ze bij de besluitvorming te betrekken. Als een aanzienlijk deel van de bevolking zich buitenspel gezet voelt, is er toch sprake van een democratisch tekort. Dat is erg jammer, aangezien je toch met elkaar moet zien samen te leven.

Het zou mooi zijn als er dus vertegenwoordigers van de boze burger worden opgenomen in de regering. Misschien lukt het niet met Geert Wilders, maar dan kan er naar andere kandidaten gekeken worden. Neem iemand als Joost Eerdmans of Paul Cliteur. Leefbaar Rotterdam zit al jaren samen met andere partijen in het college van burgemeester en wethouders. Joost Eerdmans lijkt als wethouder op het eerste oog dus een uitgewezen kandidaat. Paul Cliteur maakt op het eerste gezicht een zeer degelijke en academische indruk, maar hij vindt wel degelijk dat de politiek Nederland in de “uitverkoop” heeft gedaan. Hij zou daarom op een constructieve manier met andere partijen moeten kunnen samenwerken en tegelijkertijd een nieuw geluid laten horen.

Het is jammer dat er geen sprake meer is van het poldermodel. Daarom moet het hersteld worden. Het oude poldermodel was een compromis langs de economische dimensie. Nu moet er een compromis worden gevonden langs de globaliseringsdimensie. Als Geert Wilders niet met de andere partijen kan samenwerken, zou er verstandig aan worden gedaan andere kandidaten te zoeken. Dat achttien procent van de bevolking zich niet vertegenwoordigd voelt is namelijk een té groot democratisch tekort.

-Tim Sikkema

Foto: Norbert Relmer

[recent_post_slider design=”design-4″]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *