Een stemwijzer voor de Provinciale Statenverkiezingen

Hoe kan een liberaal een bewuste én verantwoorde keuze maken bij de aanstaande Provinciale Statenverkiezingen? Deze verkiezingen zijn immers om twee redenen complex. Allereerst is de informatievoorziening ontoereikend. Natuurlijk hebben alle deelnemende partijen een verkiezingsprogramma gepubliceerd, die door alle kiezers makkelijk geraadpleegd kan worden, waardoor in theorie sprake is van voldoende informatievoorziening. In de praktijk zullen veel kiezers echter niet in een verkiezingsprogramma kijken, en zelfs al zouden ze dit doen is het de vraag of dit verstandig is. De kans dat ze er later achter komen bedrogen te zijn omdat partijen gedwongen zijn in (coalitie)akkoorden hun verkiezingsbeloften te ‘verzachten’ is immers groter.

Een tweede reden waarom de verkiezingen op 20 maart aanstaande niet eenvoudig zijn, is omdat drie keuzes in één stemhokje worden samengevoegd. Met één stem wordt gekozen voor zowel de Provinciale Staten als de Eerste Kamer (formeel alleen voor de Provinciale Staten, de Provinciale Staten stemmen voor de Eerste Kamer), met de andere stem voor een Waterschap. Voor de inwoners van Leiden is dit het Hoogheemraadschap Rijnland.

Naast dat dit veel keuzes zijn, is het problematisch om twee keuzes samen te voegen in één stem. De voorkeur voor het provinciale beleid kan immers afwijken van de partij waar men landelijk op zou stemmen. Dit is logisch omdat de provinciale partij niet altijd de landelijke lijn hoeft te (en wil) volgen en er op landelijk niveau andere onderwerpen spelen dan op provinciaal niveau. Deze werkelijkheid wordt óf ontkend door de keuze voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer gelijk te laten lopen óf de democratie wordt ontachtzaamd als men zich op standpunt stelt dat het niet aan de kiezer is om inspraak te hebben in de samenstelling van de Eerste Kamer. De Eerste Kamer zal na deze verkiezingen immers naar alle waarschijnlijkheid in staat zijn om de Tweede Kamer, die wel direct gekozen is en daarmee democratischer is, tegen te werken en zal dit ook doen, temeer omdat leden ervan zelf erkent hebben dat de Eerste Kamer politiek is.

Tot nog toe kunnen we niet anders dan onze voorkeur voor provinciaal en landelijk beleid te combineren en een intern compromis te sluiten dat dan ook nog aan moet sluiten op het beleid dat één politieke partij voorstaat. De kans is groot dat hierbij de aandacht afgeleid wordt naar het landelijk beleid, omdat meer mensen hier een mening over hebben en omdat de ‘vierde macht’ dit zo bepaald heeft. Dit artikel gaat tegen de stroming in door te pogen om de informatievoorziening bij te schroeven over het (voorgenomen) provinciaal beleid van belangrijke liberale (en aan het liberalisme verwante) partijen. Hierbij zal een vergelijking worden gemaakt tussen D66, VVD en CDA in Zuid-Holland binnen de onderwerpen mobiliteit en de leefomgeving, twee ruime onderwerpen waarover de Provinciale Staten iets te zeggen hebben.

Mobiliteit

De VVD in Zuid-Holland wil investeren in alle vormen van mobiliteit, zowel duurzame als niet-duurzame vormen. Deze investeringen moeten vooral gericht zijn op het vergroten van de bereikbaarheid van belangrijke economische centra. Daarnaast moeten deze extra investeringen gaan naar het verminderen van de overlast, door bijvoorbeeld geluidswerende maatregelen te nemen. De VVD staat positief tegen een beperkte groei van Rotterdam The Hague Airport binnen de bestaande kaders. De partij wil er daarnaast op inzetten dat overlast bij werkzaamheden zoveel mogelijk voorkomen wordt en dat vervoersmiddelen goed op elkaar aansluiten. De vereiste CO2 reductie moet worden bewerkstelligd door innovaties en door in de aanbesteding van bussen CO2 neutraliteit te eisen, waardoor de busmaatschappijen zelf de kosten dragen.

Ook het CDA wil investeren in alle vormen van mobiliteit. Hierbij moet de bereikbaarheid van bijvoorbeeld land- en tuinbouwbedrijven verbeteren, waarbij het CDA niet zoals de VVD de nadruk legt op economische centra maar ook scholen en publieke instellingen noemt. Daarnaast moet er makkelijker kunnen worden gereisd tussen steden en dorpen. Het openbaar vervoer moet voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor mindervaliden. De samenleving kan hier zelf aan bijdragen door zich hier vrijwillig voor in te zetten. Het CDA wil verduurzamen door net als de VVD in te zetten op elektrisch vervoer, maar ook op waterstof als brandstof. De partij is terughoudender als het gaat om de groei van het luchtverkeer en wil hierbij goed de nadelige gevolgen van groei in het oog houden en afwegen.

D66 wil dat verschillende vormen van vervoer beter op elkaar aansluiten. Daarnaast wil de partij veel inzetten op verduurzaming, door emmisievrij rijden te stimuleren en het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken ten opzichte van de auto. D66 gaat bij het Rijk lobbyen voor een CO2 belasting en wil ook meer investeren in andere vormen van mobiliteit, zoals de fiets en de binnenvaart, steeds met aandacht voor de verduurzaming. Een uitzondering vormt het vliegverkeer, dat niet mag groeien maar moet juist afnemen.

Leefomgeving

De VVD benadrukt dat de energietransitie niet ten koste mag gaan van de landschappen. Ruimten binnen steden moeten beter worden benut om een uitbreiding van het aantal woningen mogelijk te maken, zodat dit niet ten koste gaat van het landschap. Daarnaast moet aan de kustuitbreiding een vervolg worden gegeven. Ook moet bij de inrichting van de leefomgeving veel aandacht uitgaan naar de veiligheid. De VVD wil vooral ruimte geven aan de agrarische sector en hun rol in het bevorderen van de biodiversiteit.

Het CDA wil ook dat de bebouwing niet ten koste gaat van het landschap maar vindt daarnaast ook dat regelgeving die bouwen belemmert moet verminderen en dat vooral het kustgebied beschermd moet worden. Er moet ook aandacht uitgaan naar bouwprojecten in minder verstedelijkte gebieden. Het CDA wil net als de VVD dat doorstroming naar het middensegment van de woningmarkt gestimuleerd wordt, maar wil tegelijkertijd de sociale woningvoorraad verbeteren en uitbreiden. Het huidige beleid omtrent biodiversiteit moet worden doorgezet en versterkt. In de landbouw moeten minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen ingezet worden. Opvallend genoeg stelt het CDA, in tegenstelling tot de VVD, grenzen aan de groei van de agrarische sector, waarbij moet worden gelet op gezondheid én veterinaire aspecten.

D66 gaat het verst in het beschermen van de landschappen. Zo staat groen op één en moet er méér ruimte komen voor groen waardoor de landbouw ruimte moet inleveren. De partij sluit zich daarnaast aan bij het CDA en VVD als het gaat om uitbreiding van woningen binnen de stad in plaats van buiten de stad. Net als de andere partijen wil D66 doorstroming naar het middensegment bevorderen, maar het wil ook de sociale woningvoorraad uitbreiden. Ten slotte moet er geïnvesteerd worden in de bescherming van de natuur, met name de kustgebieden.

Alexander Heeres

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *