Een rechtvaardiging voor de gehate ‘sterftaks’?

Geen enkele belasting zal bij de meeste burgers meer verontwaardiging oproepen dan de ‘sterftaks.’ Hoe durft de fiscus geld ‘waar al belasting over is betaald’ nog een keer te belasten? Ook is er een aanzienlijke groep mensen die de belasting als een gewenst middel ziet om ‘onverdiende voordelen’ weg te gummen. Immers, in een meritocratische samenleving verdient iedereen dat wat daadwerkelijk het gevolg is van zijn of haar arbeid. GroenLinks stelt bijvoorbeeld in haar nivelleringsmanifest: ‘overdraagbaarheid van excessieve rijkdom is onwenselijk. We streven naar een maatschappij waarin ieder kind met dezelfde kansen kan beginnen.’[1] Erfenissen boven een miljoen wil Groenlinks met minimaal 50% belasten. Zo te bezien is de successiebelasting niet louter een middel voor de overheid om geld in het laatje te krijgen. Het is ook een instrument om de gewenste samenleving tot stand te brengen. In dit betoog zal ik drie rechtvaardigingen van de successiebelasting belichten en beoordelen.

Voorstanders van een hogere successiebelasting hebben een opmerkelijke medestander in de vorm van Sander Schimmelpennick, de hoofdredacteur van de Quote. In het programma EenVandaag stelt hij: ‘Wie ouders heeft met geld kan een huis kopen, wie ouders heeft met geld kan studeren, wie ouders heeft met geld kan een bedrijf beginnen. Het wordt in Nederland weer belangrijk waar je wieg heeft gestaan.’[2] Zo is het belangrijkste argument van de voorstanders dat een hogere successiebelasting de ‘onrechtvaardige’ ongelijkheid tussen arm en rijk weer enigszins normale proporties laat aannemen. Het sluit ook aan bij het eerder genoemde standpunt van GroenLinks. Maar in hoeverre zijn de vermeende ‘rijkeluiskindjes’ verantwoordelijk voor het feit dat andere erfgenamen een minder grote erfenis ontvangen? Het noodzakelijke verband tussen deze twee ontbreekt volledig. Als A een groot landhuis ontvangt is hij niet verantwoordelijk voor het feit dan B het met een kapotte grasmaaier moet doen. Erfenissen zijn geen zero-sum game, waar de winst van de een het verlies voor de ander is. Waarom is het dan gerechtvaardigd om een deel van het toekomstige vermogen van A af te nemen ten behoeve van de gelijke kansen? ‘Gelijke kansen’ is op zichzelf bekeken al een bizar streven. Het veronderstelt dat een samenleving beter af is in de hypothetische situatie dat alle kinderen zonder school zouden zitten in plaats van de situatie waar de helft wel naar school kan. IQ en opvoeding zijn verreweg de belangrijkste voorspellers voor maatschappelijk succes. Waarom dan alleen kijken naar materiële gesteldheid als het doel gelijke kansen is? Is een ‘intelligentiebelasting’, zoals de Nederlandse econoom Jan Tinbergen al voorstelde[3], niet een effectiever middel? Of zijn gelijke kansen wellicht niet zo’n nobel streven indien het doel enkel met dit soort middelen volledig gerealiseerd kan worden? Bovendien meet het criterium van gelijke kansen enkel de positie van individuen ten opzichte van elkaar, niet hoe groot de mate van kansen uiteindelijk zelf is. Daarom kunnen we beter spreken van een zogenaamde ‘bodemlaag’ van kansen. Een bodemlaag die wij allen maatschappelijk acceptabel vinden, en waar iedereen op zou kunnen terugvallen. Wanneer iedereen kan terugvallen op deze ondergrens, wat maakt het dan uit indien enkelen, met een flinke erfenis, intelligentie of huiswerkbegeleiding, hierboven uitsteken? Wat voor schade doen zij anderen aan?

Er is nog een argument waarmee voorstanders van de successiebelasting hun ingreep proberen te rechtvaardigen. Dit argument ziet minder toe op een ideologisch doel, zoals gelijke kansen. De rechtvaardiging kijkt eerder naar het mechanisme van inkomen. Erfenissen dienen te worden bezien vanuit het standpunt van de ontvanger, niet de gever. Voor de ontvanger is een erfenis niet veel meer dan verkapt inkomen. En bovendien ‘onverdiend’ inkomen, dus een echte liberaal zou juist voorstander van een flinke successiebelasting moeten zijn. Het probleem van deze benadering is dat een erfenis wordt behandeld alsof het geld is dat letterlijk uit de lucht komt vallen. De vertrouwensband tussen erflater en erfgenaam wordt volledig genegeerd. De reden ter schenking is al genoeg om een erfenis niet te zien als geld dat uit de lucht komt vallen, maar als een verschuiving van vermogen volgens de wens van de voormalig eigenaar. Diegene die toch vanuit het perspectief van de ontvanger wil blijven kijken zal worden geconfronteerd met de gevolgen van dit principe, in het geval dat zijn denken consistent is. Een cadeautje voor uw jarige vriend, zakgeld naar uw kind? In principe is dit allemaal onverdiend inkomen, daarom dient uw kind eerst met de fiscus af te rekenen alvorens het zakgeld in ontvangst te nemen. Zo is het zachts gezegd onmogelijk om iedere vorm van inkomen te onderwerpen aan het fiscaal regime. Daarom is een morele rechtvaardiging van een successiebelasting met het beroep op onverdiend inkomen in de meeste gevallen inconsistent. Indien ik wens om een buurman mijn auto te geven, zal bijna niemand vinden dat de fiscus een graantje mee mag pikken. Waarom zou dit principe anders zijn als ik onlangs ben overleden maar de afspraak was al tot stand gekomen?

De successiebelasting kan enkel vanuit een pragmatisch oogpunt worden gerechtvaardigd. Dit is de laatste vorm van rechtvaardiging die ik behandel. Het behoeft weinig moeite om mensen ervan te overtuigen dat belastingheffing uiteindelijk noodzakelijk is. Publieke voorzieningen zoals de zorg, het onderwijs of ons sociale vangnet moeten gefinancierd worden. En hoe wordt het bonnetje betaald? In Nederland is de belasting op arbeid zeer hoog. De inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting zijn economisch gezien de meest schadelijke vormen van belastingheffing. Volgens econoom Bas Jacobs komt dit doordat zij veel gedragseffecten met zich meebrengen.[4] Mensen zullen bij een hoger tarief voor de inkomstenbelasting eerder geprikkeld worden om minder te gaan werken. Voor de successiebelasting geldt dit maar in mindere mate. Als de successiebelasting verhoogd wordt, kunnen de lasten op arbeid enigszins verlaagd worden. Zo verschuift men belasting op arbeid naar belasting op kapitaal. Hierdoor wordt rentenieren ook eerder ontmoedigd en ondernemerschap meer aangemoedigd, iets dat wel degelijk liberaal is. Wanneer de noodzaak van belastingheffing wordt aangenomen is het geen onredelijke gedachte om dat te doen waar dat de economie het minst zou schaden. Daar profiteert de samenleving ook weer als geheel van. Daarbij snijdt een van de belangrijkste argumenten tegen de successiebelasting , dat er sprake zou zijn van een dubbele heffing, weinig hout. De Albert Heijn moet nog steeds vennootschapsbelasting betalen over haar inkomsten waar eerder al haar consumenten al inkomensbelasting over hebben betaald. Indien een BV winst uitkeert in de vorm van dividend moet de desbetreffende aandeelhouder met een aanmerkelijk belang box 2 belasting betalen ondanks het feit dat de BV al eerder vennootschapsbelasting heeft betaald. Iedere euro in onze economie is praktisch gezien al meerdere keren belast geweest.

Zo kan de successiebelasting dus worden verdedigd als een noodzakelijk kwaad. De eerdere twee rechtvaardigingen die in het publieke discours worden gebruikt zijn bij nader inzien niet rechtvaardig of zijn intern tegenstrijdig. Met name de notie dat de successiebelasting nodig zou zijn voor het realiseren van gelijke kansen, heeft meer met jaloezie dan rechtvaardigheid van doen.

Wim Hermans


[1] https://groenlinks.nl/sites/groenlinks.nl/files/downloads/newsarticle/Nieuwe%20Nivelleringspolitiek.pdf

[2] https://eenvandaag.avrotros.nl/item/een-vermogen-erven-is-oneerlijk-vindt-sander-schimmelpennink-daarom-moet-de-erfbelasting-flink-omh/

[3] http://researchers-sbe.unimaas.nl/hansvanmierlo/wp-content/uploads/sites/13/2013/07/DDL.23-11-02.pdf

[4] https://www.groene.nl/artikel/sterftaks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *