De VVD, de beste liberale optie

Voormalig VVD-wethouder en lijsttrekker van de Leidse VVD-fractie Paul Laudy vertelt over de plannen die zijn partij heeft nagestreefd en waargemaakt in Leiden.

Een tijd terug verscheen er een buitengewoon negatief stuk over de VVD op het platform van de Blaeuwe Hoedt. Vermeende machtswellust, minachting voor de burger, gebrek aan visie, er was weinig wat de VVD niet in negatieve zin werd toegedicht. Hoewel het in eerste instantie specifiek om de VVD Leiden scheen te gaan worden ook landelijke aangelegenheden, integriteitkwesties o.a., gretig aangegrepen om de Leidse fractie in diskrediet te brengen. ‘Buitengewoon jammer dat de auteur alles op één hoop schijnt te gooien’, aldus Paul Laudy, oud-wethouder van de VVD. ‘Nu wordt ook deze fractie, en zoveel mensen die daar onderdeel van uitmaken, geassocieerd met integriteitschandalen zonder dat dit daadwerkelijk het geval is.’

Naar aanleiding van de column had de VVD Leiden recht op weerwoord. Paul Laudy kreeg de gelegenheid om te vertellen wat de Leidse fractie zo in de sleutelstad had bereikt en nog op de agenda had staan. Laudy maakt meteen duidelijk wat de twee belangrijkste componenten zijn die Leiden maken tot wat het is. Leiden is volgens hem zowel een historische stad, als een moderne kennisstad. De VVD tracht doormiddel van alledaags beleid hier invulling aan te geven.

Op het gebied van kennis hebben de Leidse liberalen er onder andere voor gezorgd dat het Bioscience park Leiden zich verder heeft ontwikkeld. Dit doel werd bereikt door bedrijvigheid aan te trekken en het voor creatief ondernemende studenten makkelijker te maken hun ideeën te realiseren. Ook een groot gedeelte van het woningmarktbeleid van de VVD Leiden wordt ingericht op het behouden van human capital. Zo zette de VVD Leiden onder Laudy zich in voor meer bouw in het middensegment om jonge afgestudeerde studenten in de stad te blijven houden, waarmee een ‘braindrain’ wordt voorkomen. Het is ook in het belang van de stad dat de sociale huurwoningen tegenover het Lipsius wijken voor de uitbreiding van de geesteswetenschappenfaculteit. Dat betekent volgens Laudy echter niet dat de ruimte in totaliteit geen woonmogelijkheden meer zou mogen bieden.

Het in stand houden van het historische aspect van Leiden werd tevens bereikt via een concrete aanpak. De Haarlemmerstraat is volgens Laudy niet langer meer een straat die men net zo goed in Almere zou kunnen aantreffen, maar versterkt nu juist de historische allure van Leiden. In tegenstelling van wat de column beweert heeft de Leidse VVD dus weldegelijk een heldere visie voor de stad en wordt deze visie praktisch en stapsgewijs gerealiseerd.

De liberale visie komt eveneens duidelijk terug in het betoog van Laudy op het moment dat hij wordt gevraagd naar de vermeende plannen van de Leidse meelfabriek voor de nieuwbouw van enkele penthouses. ‘Dat het vanuit liberaal oogpunt niet te verklaren zou zijn indien de gemeente grondbezitters gaat dicteren wat men wel of niet met het bezit dient te doen.’

Op het gebied van het financiële beleid van de sleutelstad zijn eveneens liberale vingerafdrukken waar te nemen. Laudy benadrukt hoe belangrijk het is dat de rekening van allerlei politieke wensen niet zomaar op het bord van de burger terecht mogen komen. Dat is precies de reden waarom de VVD Leiden er in de afgelopen 4 jaar voor gezorgd dat de OZB (onroerendezaakbelasting) netto met 12% is gedaald. Wanneer men het heeft over de belangrijkste grondbeginselen van de VVD, verlaging van belasting, is het moeilijk vol te houden dat de Leidse fractie deze lijn niet over heeft overgenomen. ‘Vooral als men kijkt naar het toch meer linkse electoraat van de stad’, aldus Laudy.

Dit verdrongen feit kwam ook terug na de VVD samen met D66 en GroenLinks in onderhandeling waren betreft de vorming van een nieuw stadsbestuur. Inmiddels weet men hoe de onderhandelingen verlopen zijn. Het is uiteraard geen geheim dat de twee laatstgenoemden partijen de binnenstad zo autoluw mogelijk wilden maken. Volgens Laudy is verduurzaming ook een belangrijk doel van de Leidse VVD maar leiden er meerdere wegen naar Rome. Bewoners moeten ook nog hun huis kunnen bereiken en eveneens mag het belang van ondernemers, een klassiek VVD standpunt, niet over het hoofd gezien worden. Er zijn andere alternatieven, zoals de aanleg van nieuwe wegen die automobilisten eerder verleiden om niet door de binnenstad te rijden. Volgens Laudy is dit iets anders dan ‘autootje pesten’.

Ook op het gebied van inrichting van de stad heeft de VVD Leiden een zeer sterke vinger in de pap gehad. In het kernwinkelgebied is de Catherinasteeg gebouwd om de Haarlemmerstraat en de Breestraat met elkaar te kunnen verbinden. Zo lijkt het beleid van de Leidse VVD er op ieder gebied op gericht te zijn om de stad te verbeteren voor haar inwoners. ‘Een beter verbonden stad heeft logischerwijs meer bezoekers en een impuls voor de lokale economie als gevolg.’

Maar om heldere idealen te verwezenlijken, door middel van deelname in het college, zullen ook paradoxaal genoeg concessies aan idealen gemaakt moeten worden. Neem bijvoorbeeld het naleven van de verplichte tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden, beschreven in de Participatiewet van 2014. Laudy wijst erop hoe belangrijk het is dat mensen met een uitkeringen betrokken worden bij de samenleving en eveneens ook wat terug kunnen doen voor de gemeenschap. Maar tegelijkertijd is hij ook realistisch wanneer hij stelt dat implementatie zeer moeilijk is omwille van het feit dat Leiden nogmaals van nature een linkse stad is. ‘Het politieke landschap is breed, en compromissen en concessies zijn onderdeel van het besturen van een stad’. Dit citaat dekt de lading uitstekend. Idealen kunnen zich ontpoppen tot mooie stokpaardjes, maar uiteindelijk zijn zij niet veel waard indien er geen praktische invulling aan kan worden gegeven.

Ten slotte was het enige concrete punt waar de VVD Leiden in de eerdergenoemde column op aangesproken werd het handelen omtrent de Rembrandtbrug. Laudy wijst er echter op dat vanaf het begin af aan het gesprek met de buurtbewoners gezocht is, waarbij men bovendien de bruine kleur zeer snel heeft laten vallen. De huidige bedoeling van een gele Rembrandtbrug is daarom de uitkomst van langdurige gesprekken tussen bewoners en gemeente. Lokale inspraak betekent uiteraard niet dat een burgerinitiatief per definitie de wetgevende macht krijgt.

De VVD Leiden laat kortom zien waar collegedeelname toe kan leiden en tracht haar kiezer waar voor haar stem te geven. Dit is op geen enkele manier het equivalent van ‘machtswellust’, maar getuigt eerder van een gezonde dosis liberaal realisme zonder dat de idealen voor de stad Leiden uit het oog worden verloren. Wie namelijk in een (lokale) democratie gaat voor alles of niets, krijgt uiteindelijk niets.

Wim Hermans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *