De universele corrumpering van groepsmacht

Wanneer bevolkingsgroepen de macht van de overheid misbruiken voor hun eigen gewin, kan dat de individuele vrijheid veel schade aandoen.

Groepsdruk is een bekend fenomeen waar mensen vaak al van jongs af aan mee geconfronteerd worden. Dit begint op de basisschool waar verschillende groepjes worden gevormd, maar een bepaalde groep dominant wordt en de gewoontes gaat bepalen. Veel kinderen gaan mee met die groepsdruk, maar voor degenen die hun eigen weg gaan is hun lot niet altijd rooskleurig en zij hebben soms te kampen met hatelijkheden van de gezaghebbende kinderen. In de politiek doet zich een vergelijkbaar scenario voor, wanneer wordt gestreefd naar eenheid en standaardisatie. De waarden en gedragingen die de meerderheid dan door middel van maatschappelijke druk en de overheid opdringt, blijken echter nog veranderlijk. Het is namelijk niet één bevolkingsgroep geweest die steeds de dienst kon uitmaken, maar de wisseling van de macht heeft elke groep tot onderdrukker en onderdrukte gemaakt.

In de liberale traditie hebben veel denkers zich uitgesproken tegen de overheersing van bepaalde groepen in de samenleving. Zo heeft de 19e-eeuwse liberaal Lord Acton al verklaard dat “macht corrumpeert” en dat machtscorrumpering ten koste kan gaan van de ruimte die bestaat voor de verschillende identiteiten van mensen. James Madison, die als één van de grondleggers van de Verenigde Staten en tevens de vierde president van dat land te boek staat, had zich fel gekeerd tegen factievorming. Met facties bedoelde hij groepen burgers die zich hebben verenigd voor een bepaald belang dat ingaat tegen rechten van anderen en/of het algemeen belang. Deze facties hebben volgens hem “de mensheid verdeeld in partijen, mensen laten uitbarsten in wederzijdse vijandigheid, en maakte hen veel meer geneigd tot het frustreren en onderdrukken van elkaar dan tot het samenwerken voor het algemene goed”(1). Wanneer de factie een meerderheid heeft gevormd, kan worden gesproken van de tirannie van de meerderheid. Dit concept is al eeuwenlang bekend en door veel liberale denkers aangekaart als problematisch.

De oudste Westerse groep die door macht is beïnvloed, is de christelijke gemeenschap. De volgelingen van Jezus zijn in de vroege Kerk het slachtoffer geweest van talloze vervolgingen en net als hun verlosser hebben zij het martelaarschap niet gevreesd. Zij vormden in het Romeinse Rijk lange tijd een kleine nederige minderheid die zich buiten politiek hield en zich alleen op het verspreiden van hun boodschap had gericht. Hun aantal nam echter significant toe en dat heeft keizer Constantijn de Grote ertoe gezet om het christendom aan het begin van de 4e eeuw n. Chr. te erkennen en institutionaliseren in het maatschappelijke leven. Ook bemoeide hij zich als heerser en zelfverklaard christen veel met de invulling van het christelijk geloof en heeft afwijkende christelijke visies de kop ingedrukt. Sindsdien was het christendom onderhevig geworden aan de politieke macht en in 394 werd het christendom tot staatsgodsdienst gemaakt van het Romeinse Rijk. De politieke positie van staatsgodsdienst heeft het christendom lange tijd in Europa behouden en geleid tot geloofsdwang en ernstige vervolgingen van andersgelovigen. Inmiddels is godsdienstvrijheid in het Westen echter een algemeen goed geworden en dat heeft een einde gemaakt aan deze onderdrukkingen.

De meest besproken groep vandaag de dag is de moslimgemeenschap. Waar Westerse moslims zelf beweren te staan voor vrede en tolerantie, is dat voor nu nog wel waar, maar op dit moment spreken zij nog uit een minderheidspositie. De vraag is of zij daarvoor blijven staan wanneer zij op een gegeven moment de dominante groep vormen in Europa, aangezien in de rest van de wereld geldt dat zo goed als elk land waar de moslims de meerderheid vormen dit gepaard is gegaan met zware beperkingen voor andersgelovigen. Dit is geïnspireerd vanuit de Sharia, de islamitische wet, waarin ook de ‘ideale’ staatsinrichting van een land staat beschreven. Het verschil in handelen van moslims als minderheid en meerderheid, valt te herleiden uit het leven van hun profeet Mohammed zelf. Toen Mohammed aan het begin van zijn verkondiging nog in Mekka was en een kleine schare vormde, leefde hij vreedzaam met zijn volgelingen naast andere groepen. Later is hij met zijn volgelingen naar Medina gegaan en toen daar de islam invloedrijk werd, had Mohammed ook de politieke macht naar zich toegetrokken en de Sharia geïnstalleerd. Vervolgens heeft hij Mekka veroverd en op andere plaatsen het geloof met het zwaard verspreid.

De joden worden nog vaak afgeschilderd als slachtoffers, maar inmiddels is dit in zekere zin achterhaald. Europa was in het verleden een gebied waar joden lange tijd niet van dezelfde rechten konden genieten en in de Tweede Wereldoorlog zwaar geleden hebben. Tegenwoordig hebben de joden echter veel prominente posities, een eigen land en een krachtige gemeenschap. De joden hebben dus wel veel verschrikkingen meegemaakt met Nazi-Duitsland, maar de joodse politicoloog Norman Finkelstein heeft in zijn boek “The Holocaust Industry” beschreven hoe dit vroegere lijden nu wordt uitgebuit voor politieke en financiële doeleinden. Zo is fundamentele kritiek op het land Israël en het geloof en gedrag van de joden in het in het Westen bijna niet meer mogelijk geworden, aangezien ter verdediging vaak de Holocaust erbij wordt gehaald met aantijgingen van “antisemitisme”. Bovendien kunnen kritische uitingen ten koste gaan van de maatschappelijke positie die mensen hadden of kunnen krijgen. Bij de Amerikaanse wetenschapper Steven Salaita is bijvoorbeeld in 2014 op de Universiteit van Illinois zijn werkaanbod ingetrokken nadat hij een aantal tweets had geschreven waarin hij de omgang van Israël met de Palestijnen had veroordeeld. Dit was gebeurd op aandringen van betrokkenen en donors aan de universiteit, waaronder het Simon Wiesenthal Center. Deze joodse mensenrechtenorganisatie heeft vervolgens in 2015 de voorzitter van de raad van toezicht aan de Universiteit van Illinois, Christopher Kennedy, de ‘Spirit of Courage Award’ uitgereikt voor zijn bijdrage aan het weren van Steven Salaita. Blijkbaar wordt het opkomen voor de mensenrechten van de Palestijnen daar minder gewaardeerd. Maar belangrijker nog is dat een openbaar instituut waar de vrijheid van meningsuiting altijd hoog in het vaandel heeft gestaan, de universiteit, de speelbal werd van machtige lobby’s.

Wanneer het gaat om een debat over de Holocaust zelf, gaan veel Europese landen een stap verder en kan het bediscussiëren van het algemene verhaal van de Holocaust leiden tot strafrechtelijke maatregelen. Het wordt dan hetzelfde behandeld als in het verleden is gebeurd met godslastering, waar het afwijken van de heersende religieuze opinie door de overheid werd bestraft. In 2009 is bijvoorbeeld de voormalige oprichter van de RAF en huidig uiterst rechts denker Horst Mahler voor 10 jaar cel veroordeeld voor het ontkennen van de holocaust en haat zaaien. Mahler had niemand bedreigd en daardoor in wezen geen individu geschaad, hij werd enkel en alleen afgerekend op het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting.

Dat mensen worden beperkt in hun uitoefening van de vrije rede, heeft ook te maken met een bredere maatschappelijke trend. Zo is er sinds de jaren ’60 een cultuur van politieke correctheid ontstaan waarbij een progressieve visie op morele- en identiteitskwesties de enige acceptabele is, aangezien een andere visie “onderdrukkend” en “hatelijk” zou zijn. Dit gaat dan bijvoorbeeld over de steun voor homoseksualiteit en het multiculturalisme. Politieke correctheid is dus een vorm van groepsdruk waardoor conservatieven niet kunnen uiten wat ze werkelijk vinden. Inmiddels gaat het echter verder en wordt de levenswijze van conservatieven steeds moeilijker gemaakt doordat het respect voor hun gewetensbezwaren aan het afnemen is en de overheid als beul wordt ingezet. Zo moest een christelijke bakkerij in 2015 een boete van 135000 dollar betalen in de Amerikaanse staat Oregon vanwege het feit dat ze vanuit hun geloofsovertuiging geen taart voor een homohuwelijk wilden maken. Conservatieven beweren nu de grote verdedigers van de vrijheid van meningsuiting te zijn, maar interessant genoeg waren zij juist vroeger degenen die allerlei uitingen wilden verbieden en censuur instellen om “aanstootgevendheid” en “decadentie” tegen te houden. Ook hier zijn dus de rollen omgedraaid geworden.

Politieke correctheid is het meest bekend geworden waar het gaat om het migratiedebat en diversiteitspleidooien. In het verleden is er door het Westen sprake geweest van grove misdaden tegen andere volkeren en gekleurde westerlingen, van kolonisatie en imperialisme tot slavernij en racisme. Vandaag de dag is de situatie echter compleet veranderd en hebben derdewereldlanden hun onafhankelijkheid verworven en gekleurde mensen dezelfde rechten gekregen als de westerlingen. Multiculturele diversiteit is nu een nieuw stokpaardje geworden voor sommige mensenrechtenactivisten, maar hier wordt een blinde vlek over het hoofd gezien. Wanneer ieder land namelijk multicultureel zou worden en alle volkeren verspreid zijn over de hele wereld, verdwijnen uiteindelijk de verschillen tussen landen en zal er minder diversiteit in de wereld zijn. Op dit moment is dit vooral een zaak geworden in het Westen waar over de jaren heen massamigratie heeft plaatsgevonden en multiculturalisme wordt gepropagandeerd. In combinatie met het huidige zeer lage westerse geboorteaantal, kan dat op de lange termijn leiden tot het einde van de oorspronkelijke identiteit. Als bijvoorbeeld naar de hoofdstad van ons land wordt gekeken, blijkt dat Amsterdam nog maar voor 48 procent uit traditionele Nederlanders bestaat en dit zal door de bovengenoemde ontwikkelingen alleen maar afnemen. (2)

Het idee van de ‘onderdrukkende witte man’ blijkt ook nog eens achterhaald als de wereldstatistieken erbij worden gehaald, aangezien blanken maar een afnemende 12 procent van de wereldbevolking vormen, een kleine minderheid dus die ook in eigen land een minderheid dreigt te worden. De natuur leert dat iedere soort in principe zijn eigen leefomgeving heeft en te grote veranderingen daarin ten koste gaan van de biodiversiteit. Zo heeft de introductie van de Amerikaanse grijze eekhoorn in Groot-Brittannië ertoe geleid dat de oorspronkelijke rode eekhoorn in steeds meer gebieden verdrongen is geworden. We zouden daarom evenzeer voor het voortbestaan van de traditionele Westerse identiteit moeten waken. Het streven naar ‘diversiteit’ is kortom een drogbeeld, aangezien oprechte diversiteit alleen op wereldschaal kan worden waargemaakt. Aan de andere kant dient het kindje niet met het badwater weggegooid te worden en voor beperkte migratie naar het Westen is zeker plaats en met name voor mensen die niet veilig zijn in eigen land. Migratie lijkt voor sommige linkse politici echter een doel op zich en de enige oplossing te zijn geworden en daar dienen de grootste vraagtekens bij te worden gezet.

Wereldse macht heeft er dus toe geleid dat elke groep zich van onderdrukte tot onderdrukker heeft bewogen. Vaak hebben de groepen het zelf niet door doordat men verblind is door het eigen referentiekader. Het misbruik van macht wordt dan pas duidelijk wanneer men zelf niet meer in het middelpunt staat. De overheid is vaak het middel geweest om deze onderdrukkingen te realiseren. Het vasthouden aan de neutraliteit van de staat kan daardoor zulke groepsonderdrukkingen voorkomen.

Aron Rijsdorp

Bron foto: Max Pixel

1 Madison, James. Federalist Papers, no. 10 (1787). Opgevraagd van http://avalon.law.yale.edu/18th_century/fed10.asp

2 Gemeente Amsterdam, “Trendanalyse: diversiteit van de Amsterdamse bevolking,” Augustus 2016.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *