De leugen die populisme heet

‘’They would rather have the poor poorer, provided the rich were less rich!’’

Deze magische woorden die Margaret Thatcher uitsprak in het Britse Lagerhuis enkele decennia geleden blijken alweer vergeten te zijn. De socialisten en communisten negeerden het toen en nu lijkt er een nieuwe stroming opgekomen te zijn die misbruik maakt van het korte termijn geheugen van veel mensen om de aantrekkelijke, populistische boodschap van een kleine kloof tussen arm en rijk te prediken. Deze stroming noemt zichzelf de nationalisten, sinds kort heeft deze stroming als leider een heuse president: Donald J. Trump.

Het is het moment om te ontwaken. Als een grote beweging een sterke leider krijgt is een ommekeer vaak moeilijk meer denkbaar. Populisten moeten stoppen onwaarheden te verkondigen om het volk te paaien. En nee, met populisten bedoel ik niet alleen de verdedigers van de boze blanke burger van het heden, maar vooral ook de socialisten en communisten van het verleden. Er worden veel definities gegeven aan de beladen term ‘populist’. Tegenwoordig wordt de term helaas steeds vaker misbruikt door het niet alleen aan de echte populist te geven, conform de wetenschappelijke kenmerken, maar aan iedereen die fundamenteel afwijkt in zijn opvattingen van het eigen denkpatroon. We zouden hier eigenlijk van af moeten en de wetenschappelijke definitie moeten handhaven om onnodige polarisatie te voortkomen. Maar daar gaat het niet om in een samenleving, het is ‘’de leugen die regeert’’, iets waar het populisme op draait en wat een fundamenteel kenmerk van de populist is, waar we het allemaal over eens kunnen zijn. De populist is meer specifiek een politicus die zijn publiek weet te enthousiasmeren voor iets wat uiteindelijk in hun nadeel werkt.

President Donald J. Trump, de 45ste president van de Verenigde Staten, hield een inauguratietoespraak waar het populisme van afdroop. De kern van de boodschap was dat Amerikaanse belangen weer op één moesten komen te staan. ‘The Donald’ zou het niet meer tolereren dat ‘Washington’ en het buitenland zich zouden verrijken ten koste van het Amerikaanse volk. Het nationalisme floreerde als nooit tevoren, toen Trump vanaf het bordes van het Capitool zijn spreuken de wereld in schreewde. Maar is hij de echte nationalist? Of is dit Obama? Maakt het een president nationalistisch als hij enkel nationalistische retoriek uitslaat en traditionele, patriottische koren laat optreden? Of is de ware nationalistische president, de president die altijd het directe en indirecte lange termijn belang dient en verder kijkt dan enkel het directe korte termijn? Een voorbeeld uit de inauguratie toespraak van Trump: hij noemde het een schande dat Amerikaanse bedrijven veel geld hadden geïnvesteerd in het buitenland waardoor Amerikanen hun banen waren verloren. Hij wil deze verraderlijke bedrijven terughalen naar Amerika en daarmee de Amerikaanse banen, een protectionistische houding dus. Maar levert protectionisme welvaart op? Nee, integendeel. Na de afbouw van tariefmuren zijn we er allemaal op vooruit gegaan. Het lijkt ook weer op te gaan voor Trump en zijn aanhangers: ‘’They would rather have the poor poorer, provided the rich were less rich’’.

In Europa spelen zo mogelijk nog veel grotere kwesties. Hier gaat het om een ontmanteling van de Europese Unie, die nog maar een kwart eeuw in de huidige vorm bestaat. Recent bleek dat de export van Nederland de afgelopen tijd sterk is gestegen door de handel met landen uit de Europese vrijhandelszone. Over deze export moet belasting worden betaald die terugvloeit naar de Nederlandse staatskas, wat vervolgens weer gebruikt kan worden om te investeren in onderwijs, huisvesting, infrastructuur. Collectieve goederen waar iedereen van profiteert. De een weet hier misschien door zijn kennis en connecties meer van te profiteren dan de ander, maar iedereen gaat er op vooruit. Dit alles was veel moeizamer geweest zonder vrijhandel. Ook hier geldt weer: ‘’They would rather have the poor poorer, provided the rich were less rich’’. Was Thatcher er nog maar geweest! Protectionistische maatregelen, uittreding uit de Europese Unie, invoering van de Gulden, uittreding uit de Wereldhandelsorganisatie, invoering van grenscontroles, het zijn allemaal maatregelen die wellicht de kloof verkleinen, maar die ons ook tegelijkertijd allemaal armer maken.

Veel onvrede is gegroeid vanuit een benarde economische positie. Dit is echter niet een absolute, maar een relatieve economische positie. Als mensen meer op het collectief goed zouden zijn gericht, in plaats van op het eigen goed, zouden we nog veel meer welvaart kunnen bereiken. Dit kan door nationalisme gestimuleerd worden. Het unieke van nationalisme is namelijk dat het twee tegenovergestelde krachten kent: het kan een samenleving splijten en binden. We hebben geleerd van de gevolgen van de afspraken die zijn gemaakt tijdens het Congres van Wenen en het Verdrag van Versailles, waardoor we het recht op zelfbeschikking en de kracht van de diplomatie nu wel meer erkennen en beter begrijpen. Dit heeft de harde kant van het nationalisme verzacht, waardoor we nu zouden kunnen gaan profiteren van het positieve van nationalisme. Dit moet dan wel oprecht nationalisme zijn, dus niet het populisme waarbij een aanhang wordt verkregen door beloftes te doen die uiteindelijk in het nadeel werken van diezelfde aanhang. Het moet nationalistische retoriek en symboliek zijn, in combinatie met oprechtheid.

– Alexander Heeres


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *