De dubbele moraal omtrent abortus

Het recht op leven wordt in de Westerse wereld gezien als een fundamenteel mensenrecht. Supranationale organisaties als de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verbieden om die reden de doodstraf. Zelfs de meest wrede daden leiden niet tot het verlies van het recht op leven.

Wanneer men echter nog niet geboren is en al in de buik van de moeder zit gaat het recht op leven gek genoeg niet voor u op. Men mag u middels abortus gewoon vermoorden. Samengevat wordt schuldig leven te allen tijde beschermd en het doden van onschuldig leven wel toegestaan. De wereld op zijn kop.

We zouden ons moeten afvragen hoe dit eigenlijk mogelijk is. De doodstraf is Nederland al in 1878 afgeschaft. Deze zal op korte termijn ook niet snel weer worden ingevoerd, omdat deze door veel mensen als inhumaan wordt beschouwd. Bij abortus wordt er daarentegen veelal gesproken over het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van de vrouw, het ongeboren leven bedraagt slechts ‘een paar cellen’. Dit illustreert de dubbele moraal over het recht op leven in onze maatschappij. Iemand die nog niet geboren is, wordt gewoon genegeerd als mensenleven met eigen rechten.

Iemand wordt dus pas als mens gezien wanneer hij of zij geboren is. We kunnen echter veel eerder van een mensenleven spreken. Voor het maken van een mens zijn een man en een vrouw nodig. Zodra een spermacel en een eicel samensmelten is er een sprake een potentieel dat uiteindelijk gaat uitgroeien tot een volwassen mens. Wie een persoon van twintig vermoordt doet hetzelfde als iemand die een persoon van twee vermoordt: iemand anders het recht op leven ontnemen. Als er niks zou zijn gebeurd was de tweejarige ook onvermijdelijk uitgegroeid tot een twintigjarige.

De onvermijdelijkheid waarmee een tweejarige zal uitgroeien tot een twintigjarige komt ook terug bij het laten ontwikkelen van ongeboren leven tot geboren leven. Elk leven dat zich nog in de buik van de moeder bevindt zal op termijn geboren worden en daarna eveneens uitgroeien tot een twintigjarige, er vanuitgaande dat het kind geen gevaarlijke ziekte krijgt of iets dergelijks.

Het is niet verrassend als een ongewenste zwangerschap een grote impact zal hebben op een vrouw (en haar partner). We moeten ons echter afvragen of het tegenhouden van een ongewenste zwangerschap van negen maanden opweegt tegen het ontnemen van iemands gehele leven. In Nederland ligt de levensverwachting rond de tachtig jaar. Die negen maanden kunnen daarbij als verwaarloosbaar worden beschouwd.

Om het fundamentele recht op leven te beschermen zou het abortusrecht flink ingeperkt moeten worden, maar dat betekent niet dat de moeder ook gedwongen moet worden om het kind op te voeden en de verantwoordelijkheid erover te dragen wanneer zij dit niet wil. Om het leven en welzijn van de baby te beschermen moet worden gegarandeerd dat het ook ouders heeft die het geborgenheid en liefde kunnen geven. Adoptie zou ook een optie moeten zijn voor gevallen waarin de natuurlijke ouders het kind niet kunnen en/of willen opvoeden.

We moeten van de dubbele moraal over het recht op leven af. Wanneer iemand onschuldig is, is zijn of haar recht op leven fundamenteel. Een ongewenste zwangerschap beëindigen weegt niet op tegen fundamentele mensenrechten. De slagzin ‘baas in eigen buik’ kunnen mensen maar op hun buik schrijven, want het betekent gewoonweg ‘baas over iemand anders leven’. Abortus zou enkel mogen worden toegestaan wanneer de zwangerschap het leven van de vrouw in gevaar brengt.

-Tim Sikkema

*Noot: Artikelen geschreven door leden van de JOVD Leiden zijn geen onderdeel van de officiële opvatting van de afdeling zelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *